De Gooise toekomst, tussen droom en daad

Verslag Groot Goois Toekomstdebat 2020

Omdat toch iemand eens moet beginnen de verschillende plannen en plannetjes in onze regio serieus tegen het licht te houden, organiseerde Tussen Vecht en Eem op 21 februari in het Singer Theater Laren het Groot Goois Toekomstdebat ‘Op naar 2040’. Twee inleiders, oud-Rijksadviseur voor het landschap prof. Eric Luiten, regionaal programma coördinator Ruimte en Mobilteit Christiaan van Zanten en een panel van deskundigen gingen in gesprek met een zaal vol belangstellenden onder leiding van de Utrechtse oud-gedeputeerde Bart Krol nadat verschillende erfgoedorganisaties een statement hadden uitgebracht.

Eric Luiten begon zijn betoog met op de merken dat hij op landelijk, provinciaal, regionaal of lokaal niveau geen enkele plankaart had kunnen vinden die voorzag in wezenlijke veranderingen in ’t Gooi. ‘U hoeft zich dus nergens bezorgd over te maken; er staat niets te gebeuren’ was zijn boodschap. De ironie ontging velen. Het deed denken aan de sussende woorden waarmee de gemeentelijke voorlichtingsavonden over de Omgevingsvisie in Hilversum steevast beginnen: ‘er staat nog niets vast, er is nog niets besloten’. Want nu Weesp al bij Amsterdam hoort zijn alle ogen natuurlijk gericht op de toekomstdromen van Hilversum. Daar wordt volgens de geruchten in de beslotenheid van het stadhuis al druk geschetst aan de toekomst: hoogbouwwijkje hier, nieuw weggetje daar, maar we zeggen wel dat we natuur en erfgoed zullen respecteren. Zonder een heldere overkoepelende visie op de stad en zonder politiek mandaat van de raad wordt zo een voorschot genomen op de vrijage met de Metropoolregio Amsterdam en de erkenning van Hilversum als Sleutelgebied.

De daaraan gekoppelde doelstelling van 10.000 woningen is inmiddels een eigen leven gaan leiden. Qua volume komt die neer op 100 woontorens van 12 verdiepingen. Als je het in laagbouw wilt realiseren heb je tenminste 150 ha. (300 voetbalvelden) stadsuitbreiding nodig. Maar dan moet je in een dichtheid bouwen die hoger is dan die van de huidige tuinstad. Binnen de stad is die ruimte niet te vinden, dus moeten we de hei op. Maar dat noemen we dan toch gewoon natuurinclusief bouwen?

Panellid wethouder Jan Kastje (Hilversum) merkte op dat die 10.000 niet meer is dan een streefgetal. Het kunnen er ook minder worden: met het huidige aantal van 250 woningen per jaar bouwen we toch al 5000 woningen tot 2040, dus valt de extra opgave wel mee. Die voorgenomen bouwproductie is echter eenvoudig te weerleggen met cijfers van de gemeente zelf. In de Regiomonitor Gooi- en Vechtstreek is te lezen dat Hilversum in de periode 2015-2017 weliswaar gemiddeld 210 woningen per jaar bouwde, maar dat de productie vanaf 2025 scherp inzakt. Vermoedelijk omdat er niet voldoende beschikbare bouwlocaties meer zijn.

Hoe het ook zij, de panelleden Janine Caalders (Nationaal Park Heuvelrug) en Karin Kos (Goois Natuurreservaat) betoogden dat er veel waardevols op het spel staat. Wat er voor waardevols terug zou kunnen komen blijft echter in nevelen gehuld. En dat zal volgens panellid prof. Friso de Zeeuw ook wel zo blijven: de praktijk leert dat van megalomane plannen die niet breed door de bevolking gedeeld worden in de inspraakprocedures niet veel overblijft. Een les voor de regionale en lokale plannenmakers om snel open kaart te spelen en bevolking en politiek serieus bij de planvorming te betrekken.

Dat Nederland voor grote en gecompliceerde ruimtelijke opgaven staat is een ieder duidelijk. Woningbehoefte, mobiliteit, energietransitie, waterbeheer en de zorg voor cultuur- en natuurwaarden vragen veel creativiteit en veel overleg tussen alle maatschappelijke sectoren. Dit debat op initiatief van Tussen Vecht en Eem is zeer te waarderen, maar het zou goed zijn de discussie nu op een hoger plan te tillen en daar de ontwerpende disciplines bij te betrekken. Juist goede architecten en stedenbouwkundigen zijn in staat om de vele conflicterende belangen tot synthese te brengen en in een beeldend toekomstperspectief te plaatsen. Interdisciplinair, open en transparant. Dan hebben publiek en politiek een concrete basis om van gedachten te wisselen en tot weloverwogen bestuurlijke besluiten te komen. Het zou de moeite waard zijn om de Rijksbouwmeester bij het inrichten van een dergelijke regionale aanpak om advies te vragen.

Auteur

Gemeentelijk Monument